Ideale Wijntemperatuur

[berybanner content-width="100" align="center" img_src="13388" is_ajax="yes"]

De ideale temperatuur voor uw wijn

De juiste temperatuur voor het serveren en drinken van uw wijn is essentieel voor een optimale ervaring. Vaak worden rode wijnen te warm geserveerd en witte wijnen juist te koud. Een te warme of koude wijn zal zijn geur en smaak verliezen.

 

Geur- en smaakverschillen

Wijn moet op een goede temperatuur worden geserveerd. Een minimaal temperatuurverschil zorgt al voor een dusdanige smaakverandering, dat de minder geoefende wijnproever denkt met een andere wijnsoort van doen te hebben. Voor een ideale wijnsmaak is de juiste temperatuur dus van optimaal belang.

Geur

Een koel geserveerde wijn heeft doorgaans een minder sterke geur. Een te warm geserveerde wijn kan als log worden ervaren. Heeft een wijn van zichzelf wat weinig geur, dan kan de reuk iets worden gestimuleerd door het glas in beide handen vast te houden en de wijn te walsen. Soms heeft de wijn eerst lucht nodig om zich te openen. Dit proces kan worden versneld door de wijn te decanteren: het overschenken van wijn om zodoende de droesem, of drab, van de wijn te scheiden, of om lucht bij de jonge wijn te laten komen. De wijn zal zich nu zachter presenteren. Is een fles wijn net ontkurkt, dan kan deze hard overkomen. De wijn heeft dan even tijd nodig om te ademen en om temperatuur te komen. Smaak en geur kunnen daarna een stuk aangenamer zijn.

Zuurgehalte en zoetgehalte

Een wijn met een hoog zuurgehalte kan erg zuur smaken als deze te warm wordt gedronken. De wijn komt beter tot zijn recht als deze koeler wordt geserveerd. Het omgekeerde kan ook gebeuren: bij een lager zuurgehalte zal de wijn lekkerder smaken als deze warmer wordt geserveerd. Heeft de wijn zowel een hoog zuur- als zoetgehalte, dan is er het risico dat bij een hoge temperatuur de zoetsmaken gaan overheersen. Serveer je een zoete wijn met een hoog zuurgehalte koel, dan worden de suikers minder sterk. Dit heeft een krachtiger effect dan de zuren, waardoor de zuursmaak overheerst. Deze twee laatste beweringen staan haaks op elkaar; wat je wilt bereiken is dat een wijn zoeter gaat smaken, of juist iets frisser en zuurder. Soms hangt dit af van de maaltijd of hapjes waarbij de wijn wordt genuttigd.

Temperatuur

Kamertemperatuur

In veel oudere boeken staat dat je een stevige rode wijn het best kunt schenken bij kamertemperatuur. Vroeger waren woonkamers niet warmer dan 18°C. Dit bedoelt men dus met kamertemperatuur. De verwarmde woonkamers van nu hebben een gemiddelde temperatuur van 20°C.

Serveertemperatuur

De adviezen van deskundigen voor de serveertemperatuur van wijn liggen meestal dicht bij elkaar, met soms slechts 1 á 2 graden verschil.  Hieronder een overzicht van de geadviseerde wijn-serveertemperaturen.

SLOTADVIES

Wij adviseren de wijn wat koeler te serveren dan wordt aangegeven op de fles of in wijnliteratuur. Immers, in het glas warmt de wijn vanzelf op. Over smaak valt niet te twisten, maar het echte genieten begint pas als u een wijn goed leert kennen, en weet wat voor u de ideale temperatuur van de wijn is. Dus gebruik vooral ook uw eigen gevoel.

Witte wijn:

Frisse, fruitige wijnen: 7-10°C.
Hoe eenvoudiger en lichter, hoe koeler. Voorbeelden: Muscadet, Manzanilla, Soave (eenvoudig), Entre-Deux-Mers, Droge Riesling, Pinot Grigio.
Krachtige, fruitige, vaak frisse wijnen:  10-12°C.  
Voorbeelden: Sauvignon Blanc uit Nieuw-Zeeland, Sancerres, Franse Chardonnays.
Vol, rijk. met soms een vleugje vanille: 11°C-13°C.
Hoe rijker en voller, hoe warmer. Voorbeelden: Witte Bourgognes, Chateauneuf du Pape, Australische Chardonnays, Burgunder, oude Champagne.
Eenvoudige mousserende wijnen: 8-10°C.
Voorbeelden: lichtere Champagnes, Prosecco, Cava, Cremant.
De betere cuvees van mousserende wijnen: 10-12°C.
Zoet witte wijnen: 10-12°C.
Zuren worden harder als de wijn wat warmer wordt, maar ook de suikers proef je meer, waardoor het lijkt of de wijn minder zuur is. Probeer bij deze wijnen zelf uit wat je het best bevalt. Voorbeelden: Sauternes, Tokay, Eiswein.
Vin Doux Nature (VDN): met alcohol versterkte zoete witte wijnen: 10-12°C.
Voorbeelden van witte VDN’s zijn: Muscat de Beaume de Venise, Samos Muscat, Moscatel enz.

Rode wijnen: 

Rode wijnen smaken hoe dan ook logger bij temperaturen boven 20°C.

Lichte, fruitige wijnen: 14-16°C.
Hoe lichter, hoe koeler geserveerd. Voorbeelden: Bardolino, lichte Valpolicella, Beaujolais, eenvoudige Cotes du Rhones.
Vol, rond, wat kruidig en de tannine rijke wijnen: 16-18°C.  

15-17°C voor vol en rond zoals Bourgognes, stevige Cotes du Rhones, Spätburgunder, Dornfelder, Vino Nobile enz.

16-18°C voor krachtige en tanninerijke Bordeaux, Rioja, Chianti, Barolo, Blauwe Zweigelt.

Zware, lang gerijpte wijnen: 17°C- 18°C.
Voorbeelden: Oude Spätburgunder, Cotes du Rhone, Bordeaux grand cru, Barolo, Begerac.
Rode VDN: met alcohol versterkte zoete rode wijnen. Hier wordt wisselend over gedacht. Het ligt ergens tussen de 12°C. 
Enkele rode versterkte wijnen zijn: Port, Banyuls, Rivesaltes, Rasteau.

Rosé:

Hoe steviger de rosé hoe warmer geserveerd: tussen de 8-12°C. Rosé uit de provence tussen 10°C-11°C